Zelfreflectieformulier

Zelfreflectieformulier: 

Eén van de formulieren die je mee moet nemen naar je toets of examen is het zelfreflectieformulier

Niet iedereen doet de tussentijdse toets, maar tijdens het eindexamen moet sowieso iedereen een zelfreflectieformulier invullen. Maar waar is dit formulier eigenlijk voor bedoeld, en wat zegt het over jou? In dit stuk wordt uitgelegd wat je precies moet invullen en hoe ernaar gekeken wordt door je rij-instructeur en examinator.

Wat is het?

Het zelfreflectieformulier is een blaadje met vragen die je over jezelf moet beantwoorden. Dat wil zeggen, over je rijgedrag. Er worden 5 verschillende punten genoemd en jij geeft per punt aan hoe sterk of zwak je hierin bent. Een 1 is uiteraard het zwakst, terwijl een 10 aangeeft dat je dit onderdeel perfect beheerst. De punten die op het formulier genoemd worden zijn bijvoorbeeld omgaan met het voertuig ,veiligheid en milieubewust rijden. Tijdens je rijlessen heb je bijvoorbeeld geleerd op welke manieren je het beste rekening houdt met het milieu tijdens het rijden. Op dit formulier geef je aan hoe goed jij denkt dat je dit beheerst.

Het zelfreflectieformulier vul je vóór je examen of toets begint in. Dit kun je thuis doen, of in een rijles, en dan geef je het formulier aan je examinator voor je gaat rijden.

Wat zegt het formulier over jou?

Het is belangrijk dat je het zelfreflectieformulier naar waarheid invult.

Dit betekend eigenlijk ook dat alles goed is! Het is ook een ZELFreflectie... Als je het gevoel hebt dat je een vaardigheid goed beheerst, mag je dat best aangeven door een voldoende cijfer te geven. De examinator gaat dus na de rit naar jouw prestaties bekijken aan de hand van het formulier. Heb jij ingevuld dat je de veiligheid, perfect beheerst (met de cijfer 9 of 10) en bots je tijdens je examen nét niet op een andere auto, dan kan dit natuurlijk in je nadeel gaan werken. Echter iedereen maakt wel eens een foutje, maar het ingevulde zelfreflectieformulier wordt gebruikt om te kijken hoeveel kennis jij hebt over je eigen rijgedrag. En die juiste inschatting van je eigen vaardigheden is in het verkeer natuurlijk zeer belangrijk.

Tijdens je rij-examen wordt je natuurlijk beoordeeld op je rijvaardigheid. Zoals gezegd maakt iedereen wel eens een foutje, en ook je examinator is voorbereid op de nodige zenuwen en schoonheidsfoutjes. Ze kijken naar jou hele rit! 

Na de rit bekijkt de examinator samen met jou je zelfreflectieformulier. Zo kan het de examinator een idee geven van hoe goed jij jezelf kent op de weg, en mocht hij twijfelen dan kan hij eventuele ‘extreme’ cijfers op het formulier wel in zijn achterhoofd houden. Hij bespreekt de punten van aandacht en kan je uitleg geven op zijn bevindingen die hij heeft opgedaan tijdens jou ritje.

De beoordeling van een praktijkexamen:

Waar let een examinator nu op? Conform de "rijprocedure" is dit de basis van je beoordeling:

– de aard

– de ernst

– het aantal malen.

Met de aard wordt de concrete handeling of nalatigheid bedoeld.

Met ernst wordt bedoeld de mate waarin bij de uitvoering van een handeling (of het niet voldoen aan een bepaalde verplichting) wordt afgeweken van het voorgeschreven gedrag.

Bij het aantal malen is het van belang dat de betreffende handeling, in relatie tot het onderdeel, vaak of minder vaak in het examen aan de orde komt of kan komen.

Bij de beoordeling van gedrag worden tevens de eventueel bijkomende factoren als weg-, weer- en verkeersomstandigheden in overweging genomen. Daarbij is het dus mogelijk dat afwijkend gedrag in bepaalde omstandigheden toch als acceptabel wordt beschouwd. Voor de beoordeling van de rijvaardigheid is ook het totaalbeeld van het examen  van belang. Daarbij staat de vraag centraal of het verantwoord is de kandidaat zelfstandig aan het verkeer te laten deelnemen. De examinator zal dit nadrukkelijk bij zijn eindafweging betrekken

met andere woorden, je mag best wel foutjes maken. Als je jezelf betrapt op een fout, probeer deze dan zo veilig mogelijk weer op te lossen!

En belangrijk is dan.... BLIJF NIET IN DE FOUT HANGEN,.. VERGETEN EN DOORGAAN je kunt er immers niets meer aan veranderen. 

Ja het kan best lastig zijn om je zelfreflectieformulier goed in te vullen. Misschien krijg je wat nuttige tips van je instructeur, zodat je het formulier beter begrijpt en dan kun je het formulier beter invullen.

De punten op het formulier:

Omgaan met het voertuig

Onder normale verkeersomstandigheden bedien ik de auto op een technisch juiste wijze en heb ik de auto onder controle.

Veiligheid

1. Ik houd voldoende afstand van het verkeer dat voor mij rijdt en ik zorg voor voldoende ruimte rondom de auto.

2. Mogelijke gevaren herken ik op tijd en ik zorg dat het zo veilig mogelijk blijft.

Doorstroming

Ik hinder het andere verkeer niet onnodig en zorg dat het zoveel mogelijk kan doorrijden.

Sociaal rijgedrag

1. Bij het autorijden houd ik rekening met de gedragingen van zwakkere verkeersdeelnemers zoals kinderen, ouderen, voetgangers en fietsers.

2. Ik houd rekening met het andere verkeer en ik vang fouten van anderen zo goed mogelijk op.

Milieubewust rijden

Ik weet hoe ik milieubewust moet autorijden en ik pas dat in de praktijk toe.

zelfreflectie formulier